| "Nicolaes Maes - Rembrandts veelzijdige leerling" (bron: tekst uit tentoonstellingsgids, afbeeldingen diverse bronnen) | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
- Maes - Hagar - Thomas - J. Blaeu musea: - A. Etherington - Metropolitan - Gemäldegalerie - National Gallery - Paul Getty - Rijksmuseum - Dordrechts Mus. - Saint Louis AM - Schone Kunsten - Apsley House |
Historiestukken Als tiener ging Nicolaes Maes enkele jaren in de leer bij Rembrandt. Die was niet alleen beroemd om zijn schilderijen, maar had ook een grote reputatie als leermeester. Bij Rembrandt legde Maes zich toe op het schilderen van historiestukken, voorstellingen uit bijvoorbeeld de Bijbel. Historiestukken golden destijds als het hoogst haalbare voor een schilder: die moest niet alleen goed kunnen schilderen en een scène kunnen opbouwen, hij moest zich ook kunnen in de hoofdrolspelers om hun emoties overtuigend weer te geven. Als leerling schilderde Maes verschillende Bijbelse verhalen naar voorbeeld van zijn leermeester. Diens invloed bleef lange tijd zichtbaar on Maes' werk. Maar Maes ontwikkelde ook zijn eigen stijl. Zo gebruikte hij bijvoorbeeld een ander palet dan Rembrandt, met een duidelijke voorkeur voor rood. 1. De wegzending van Hagar - 1653, doek - The Metropolitan Museum of Art, New York, VS Voor het huis staat de oude Abraham met Hagar, de dienstmeid van zijn vrouw Sara. Abraham had met Hagar een zoon gekregen: Ismaël. Maar nu stuurt hij haar met hun kind de woestijn in, een ongewisse toekomst tegemoet. Bij het afscheid probeert Abraham de twee te zegenen. Maar Hagar draait zich weg en Ismaël stapt de trap al af - Abrahams zegen eindigt in een onhandig gebaar. Dit is het vroegst gedateerde schilderij van Maes. Hij schilderde het in 1653, toen hij nog niet zo lang bij Rembrandt weg was. Diens invloed is zichtbaar in de subtiele emoties en het licht in de scène. Mar het schilderij is zeker niet het werk van een prille leerling - hier is een schilder aan het werk, die klaar is om op eigen benen te staan. 2. Het offer van Abraham - c. 1653/1654, doek - Agnes Etherington Art Centre, Queen's University, Kingston, Canada Abraham staat op het punt om Isaac te offeren, het enige kind dat hij met zijn vrouw Sara kreeg. God had hem om dat onvoorstelbare offer gevraagd. Wanneer Abraham werkelijk Isaac wil offeren, stuurt God een engel om hem tegen te houden. Abrahams trouw is voldoende bewezen en God neemt genoegen met een bokje. Maes koos het moment kort voor de ontknoping als Abraham neerknielt om Isaac de keel door te snijden. Die ligt naakt met de handen achter zijn hoofd gebonden op een stapel brandhout, weerloos en kwetsbaar. Als voorbeeld voor zijn schilderij gebruikte Maes de versie die Rembrandt had gemaakt (klik hier). Maar hij maakte geen klakkeloze kopie. Zo toonde Maes zijn meesterschap. 3. De apostel Thomas - 1656, doek - Gemäldegalerie Alte Meister, Kassel, Duitsland Maes maakte dit schilderij in 1656, toen hij al enkele jaren terug was in Dordrecht. Rembrandts voorbeeld was toen nog steeds belangrijk voor hem. De losse schilderstijl en het onderwerp doen sterk aan Rembrandt denken - zo sterk zelfs, dat het lang aan hem werd toegeschreven. Het schilderij heeft weinig verhalende elementen. Toch is het niet zomaar een voorstelling van een oude man aan een tafel vol papieren. De pen en winkelhaak zijn samen de attributen van de apostel Thomas. Toen die de opdracht kreeg om in India een paleis te bouwen, gaf hij het geld voor de bouw weg aan de armen. Maes' schilderij bood de eigenaar dagelijks inspiratie om een voorbeeldig leven te leiden. 4. Christus zegent de kinderen - 1652/1653, doek - The National Gallery, Londen, Engeland Bedremmeld staat een meisje bij Jezus die haar vasthoudt en zegent. Ze ondergaat het allemaal braaf - met haar appel en haar tekenleitje. En met haar vinger in de mond. Het meisje en Jezus staan centraal in een groep mensen die samendrommen om hun kinderen te laten zegenen. Het is dringen geblazen - één vader houdt zelfs zijn kind omhoog, bang dat het over het hoofd wordt gezien. Waarschijnlijk is dit Maes' vroegste historiestuk en maakte hij het in Rembrandts atelier. Die liet zijn beste leerlingen wel vaker een groot schilderij maken. Met al die figuren is het een ingewikkelde compositie waar Maes zeker even op gepuzzeld zal hebben. Maar het is ook een voorstelling waarmee de ambitieuze Maes aan zijn leermeester kon laten zien wat hij waard was. 5. De aanbidding van de herders - 1656/1658, doek - J. Paul Getty Museum, Los Angeles, VS Rembrandt liet zijn leerlingen vaak kopieën maken van de schilderijen en prenten die hij in huis had. Door goed te kijken en na te tekenen leerden ze de kneepjes van het vak. Mogelijk inspireerde het Maes om later - toen hij al bij Rembrandt weg was - dit schilderij te maken. Hij baseerde het op een prent van Albrecht Dürer uit 1504 (klik hier). Maes koos Dürers prent waarschijnlijk als voorbeeld, vanwege zijn interesse in perspectief en architectuur. Hij kopieerde de prent tot in de allerkleinste details, maar paste de voorstelling ook aan. Van een zwartwitprent maakte hij een olieverfdoek met veel kleur en licht. Ook voegde hij in de stal een paar herders toe. Zo veranderde hij Dürers voorstelling in een Aanbissing van de herders.
Genrestukken In de 17de eeuw waren alledaagse, huiselijke scènes heel geliefd. Zulke schilderijen noemen wij tegenwoordig genrestukken. Van Maes zijn ongeveer veertig genrestukken bekend. Hij vestigde er zijn naam mee. In de schilderijen van Maes draait het vaak om een vrouw - jong of oud - die zich in huis op haar huishoudelijke taak richt. Vaak doet ze dat vol aandacht, maar soms is ze boven haar werk in slaap gevallen. Van de interieurs maakte Maes vaak ingenieuze doorkijkjes, waardoor we kunnen zien wat er in de belendende ruimtes gebeurt - een slimme manier om een verhaal te vertellen. De genrestukken van Maes kunnen een diepere boodschap hebben, maar zijn altijd licht van toon. Op een vriendelijke manier drijft hij de spot met onze ondeugden. 6. Jonge vrouw in een venster - 1653/1655, doek - Rijksmuseum, Amsterdam een jonge vrouw leunt op een dik kussen op een stenen vensterbank. Ze buigt wat naar voren en zit met haar gezicht in het licht. Maes schilderde haar levensgroot, waardoor het schilderij werkt als een trompe-l'oeil, een ogenbedriegertje. Het is net alsof het houten luik werkelijk open staat en een jonge vrouw echt uit een venster naar buiten tuurt. Haar zachte wangen en de perziken lijken nog zachter door het contrast met het afbrokkelende pleisterwerk en de bakstenen muur. Aanvankelijk schilderde Maes de vrouw terwijl ze een brief zat te lezen, maar hij veranderde de compositie en liet de brief achterwege. Daardoor werd de voorstelling veel minder concreet en juist wat dromerig. Die dromerige sfeer wordt versterkt door Maes' zachte manier van schilderen. 7.a De melkverkoopster - c1656, paneel - Guildhall Art Gallery, Mansion House, Londen, Engeland 7.b Twee vrouwen bij een venster - c1656, paneel - Dordrechts Museum, Dordrecht Deze twee schilderijen horen bij elkaar - het zijn pendanten. Maes schotelt ons twee gemoedelijke, alledaagse scènes voor met dienstmeiden in een Hollandse stad. Op 7a staat een meid die aanbelt om melk te verkopen, vers van de boer. Haar zonnehoed en haar eenvoudige kleding maken meteen duidelijk: dit is een boerenmeid. Ze is heel anders dan de stadse dienstmeid van 7b: die draagt modieuze en rijkere kleding en is net terug van de vismarkt. Uit een inventaris weten we dat de twee schilderijen in 1667 in bezit waren van Elisabeth van Naerssen uit Dordrecht. Lang bleven de twee dienstmeiden samen, maar aan het begin van de 19de eeuw kwamen ze bij verschillende eigenaren terecht. Nu, zo'n twee eeuwen later, zijn ze voor even herenigd. 8. De slapende boekhoudster - 1656, doek - Saint Louis Art Museum, Saint Louis, VS Achter een houten toonbank zit een oude vrouw haar kasboeken bij te werken. Met de pen nog in haar hand is ze in slaap gesukkeld, op klaarlichte dag. Achter haar hangt een wereldkaart van de beroemde kartograaf Johannes Blaeu. Daar vogede Maes wat sterrenbeelden aan toe die bij de nacht horen, net las het dutje. Maar de oude vrouw is niet de enige die slaapt - ook het vrouwenkopje aan de muur heeft de ogen dicht. Zij is Juno, de godin van de handel. Maes dreef op een lichte manier de spot met de slapende boekhoudster, want waar moet het heen met haar nering? Maar hij liet ook zien hoe goed hij verschillende materialen kon weergeven - van geplooid linnen en zacht bont, tot geglazuurd aardewerk en het metaal van een bos sleutels. 9. Slapende oude vrouw - c1656, doek - Koninklijk Museum voor de Schone Kunsten van België, Brussel Opnieuw een slapende oude vrouw, dommelend boven haar boek. Haar kantkloswerk blijft onaangeroerd, het boek ongelezen. De Bijbel op tafel heeft ze opengeslagen bij het Bijbelboek Amos. Blijkbaar is het een van haar favoriete delen, want de hoek van de bladzijde is omgeslagen. Amos was een profeet die de Israëlieten waarschuwde dat God over alle zonden zal oordelen, óók over die van de gelovigen. En dat is niet bepaald een boodschap om kalm bij weg te dommelen. Maes schilderde vaker slapende vrouwen, maar zelden in zo'n opvallend groot formaat. Hij zoomde bovendien dicht in op de vrouw. Daardoor kun je goed zien hoe mooi Maes het stilleven op tafel schilderde. En haar gerimpelde handen. 10. De oude kantkloster - c1656, paneel - Mauritshuis, Den Haag Een vrouw die zich vol overgave aan haar taak wijdt gold in de 17de eeuw als het toonbeeld van deugdzaamheid. Deze kantklossende, oude vrouw is daar een prachtig voorbeeld van. Ze draagt eenvoudige kleding met rode mouwen - de dracht die hoorde bij de lagere standen. Ondanks haar hoge leeftijd is de vrouw ijverig aan het werk. Ze heeft een knijpbrilletje nodig om het fijne handwerk goed te kunnen zien, maar haar knokige handen weten precies wat ze doen. Maes' voorstelling bestaat uit twee delen. In het rechter deel zit de werkende vrouw in het weinige licht dat binnenvalt. Het linker deel is veel donkerder. Daar staat een houten klepkast met een eenvoudig stilleven met wat geglazuurd aardewerk en een grote bundel zwavelstokjes.
11. De jonge naaister - 1655, paneel - Guildhall Art Gallery, Mansion House, Londen, Engeland Een jonge vrouw zit op een 'zoldertje', een houten vloertje dat haar beschermt tegen de optrekkende kou van de tegelvloer. In het binnenvallende licht naait ze een zoom in een wit hemd. Als dat klaar is, kan ze verder met het kantkloswerk dat op de ebbenhouten stoel naast haar ligt. De kleding van de vrouw is eenvoudig, maar het is moeilijk te zeggen of ze een dienstmeid is of de dochter des huizes. Maes verlevendigde zijn alledaagse scènes met allerlei details. Die geven ons een indruk van de manier waarop huizen in de 17de eeuw werden ingericht. Zoals bijvoorbeeld de lambrizering: die blijkt ideaal om briefjes achter te steken. 12. Jonge moeder met haar kinderen - c1656, doek - Museo Nacional Thyssen Bornemisza, Madrid, Spanje Boos en geschrokken wrijft een jochie de tranen uit zijn ogen. Hij wilde lekker trommelen maar dat mag niet: de baby slaapt. Waarschuwend houdt zijn moeder een roe omhoog om een corrigerende tik mee uit te delen. Of heeft hij die tik misschien al te pakken? Maes schilderde dit tafereel toen hij nog niet zo lang was getrouwd. Is dit misschien zijn eigen gezin met Adriana, haar zoontje Justus en hun eerste baby? Je zou het kunnen denken want Maes beeldde zichzelf af in de spiegel achter Adriana. Hij zal in elk geval vertrouwd zijn geweest met dit soort huiselijk gedoe - net als iedere jonge ouder. 13. Jonge vrouw bij een wieg - 1653/1655, doek - Rijksmuseum, Amsterdam Een jonge moeder is gestopt met lezen. Voorzichtig neemr ze de doek van de wieg weg om naar haar slapende kind te kijken. Maes maakte van de huiselijke voorstelling een trompe-l'oeil door een schilderijlijst te schilderen en een gordijntje dat opzij is geschoven. Net als de moeder kijken wij stil toe. Maes schilderde de intieme scène kort na zijn leertijd bij Rembrandt. Als voorbeeld nam hij diens Heilige familie (klik hier) (nu in de Hermitage in Sint-Petersburg). Van Rembrandts Bijbelse scène maakte Maes een alledaagse voorstelling in een Hollands interieur. Met een rieten wieg die op meer van Maes'schilderijen voorkomt. 14. Slapende man en zakkenrolster - C1656, paneel - Museum of Fine Arts, Boston (beloofde schenking echtpaar Otterloo) Maes had een voorkeur voor slapende mensen: op veel van zijn genrestukken steekt hij de draad met hen. En met hun luie aard. Vaak schilderde hij vrouwen die hub werk verzaken, maar dit keer neemt hij een duttende man op de hak. Die heeft zich te goed gedaan aan drank en tabak en is in een diepe slaap gevallen. Hij is zó ver weg, dat hij niet merkt dat er een vrouw achter hem staat die haar hand in zijn broekzak laat glijden. Met haar wijsvinger naar de lippen kijkt de vrouw ons ontdeugend aan en maakt ons medeplichtig aan haar kleine diefstal. Maes leert ons hier een lesje: ga je niet te buiten aan drank en tabak, want voor je het weet worden je zakken gerold. 15. De luie dienstmeid - 1655, paneel - The National Gallery, Londen, Engeland In de interieurs van Maes zijn vaak doorkijkjes te zien naar andere ruimtes waar hij een deel van het verhaal vertelt. In dit schilderij kijken we vanuit de keuken naar een kamer een paar treedjes hoger. Er zitten mensen rond een tafel bij elkaar. Eén stoel is leeg: mevrouw heeft haar gasten even alleen gelaten om in de keuken wijn te halen. Daar treft ze de keukenmeid aan, slapend. De vrouw kijkt ons glimlachend aan en wijst op haar luie meid. Ze lijkt het niet te zwaar op te vatten dat die zit te dutten, dat de kat een kippetje rooft en dat de keukenraad over de vloer slingert. Van die potten en pannen maakte Maes een prachtig stilleven.
De Luistervink Binnen Maes' werk nemen de luistervinken een speciale plaats in. Hij schilderde er zes, die allemaal dateren uit de jaren 1655-1657. Drie daarvan waren in deze tentoonstelling te zien. Luistervinken zijn heel originele en vermakelijke voorstellingen die zich afspelen in interieurs met verschillende kamers. In het midden staat steeds iemand op of bij een trap: de luistervink. Meestal is de luistervink een vrouw die ons samenzweerdeig aankijkt. Ze bespiedt haar dienstmeid die stiekem haar liefje ontvangt. In één geval zijn de rollen omgekeerd en is de luistervink d dienstmeid die haar mevrouw bespioneert. De luistervink doet steeds een direct appèl op ons, de kijker. Maar onze rol is anders dan die van de luistervink: wij zijn de enigen die in alle kamers kunnen kijken en de situatie overzien. 16. De luistervink - c1656, doek - Apsley House, English Heritage, Londen Op de trap staat een vrouw die ons aankijkt met een vinger voor haar lippen. Ze maant ons tot stilte en maakt ons medeplichtig aan haar gespioneer. De vrouw houdt zich schuil achter de open kamerdeur en is onzichtbaar voor de dienstmeid in de kamer rechts. Die staat bij het open raam te vrijen met haar liefje en vergeet het kind in de wieg. De vrouw op de trap is de vrouw des huizes: aan haar middel hangen een mes in een foedraal en een sleutel. Ze komt net uit haar kantoortje, links staat de toonbank die ook op een ander schilderij van Maes voorkomt. Maes schilderde de vrouw met een glimlach - blijkbaar vindt ze het gedrag van haar dienstmeid vooral amusant. 17. De luistervink - 1657, doek - Dordechts Museum, Dordrecht Van Maes' luistervinken is dit de grootste en ingewikkeldste, met verschillende vertrekken op verschillende verdiepingen. Links staat een deur open naar een donkere kamer met een enkele stoel. Boven aan de trap ligt een hoge, lichte kamer met een tafelend gezelschap. Rechts leidt een gang langs een keuken via een ander vertrek naar de tuin en het huis van de buren. Maar het draait natuurlijk om de luistervink: de vrouw des huizes die het amoureuze koppel betrapt. Ze staat op de trap met haar wijnglas in de hand en bespiedt haar dienstmeid. Die houdt zich bezig met de knappe man wiens rode mantel en degen op een stoel liggen. Ongemerkt steelt de kat in de keuken een kippetje van het aanrecht. 18. De luistervink - 1655, paneel - Guildhall Art Gallery, Mansion House, Londen, Engeland In dit schilderij zijn de rollen omgekeerd, want de luistervink is niet mevrouw zelf, maar haar dienstmeid. Die draagt de eenvoudige kleding die hoort bij haar sociale status. De meid staat onderaan de trap naast een prachtig stilleven met tinnen borden en aardewerken kannen. Ze bespiedt mevrouw die boos haar handen in de zij heeft gezet - het prototype van de razende huisvrouw. Maar tegen wie gaat ze zo te keer? Een andere dienstmeid? Mijnheer, misschien? Maes schilderde er een blauw gordijn voor en de kijker mag het zelf bedenken. Met dat gordijn en de geschilderde schilderijlijst maakte Maes van de voorstelling een trompe-l'oeil, een ogenbedriegertje. Daardoor is het net of we naar een schilderij van een schilderij kijken. Onderstaand ook de 3 luistervinkjes die niet in deze tentoonstelling waren opgenomen.
Portretten Na zijn opleiding bij Rembrandt, legde Maes zich toe op het schilderen van Bijbelse taferelen en genrestukken. Maar vanaf 1655 schilderde hij ook portretten. Aanvankelijk waren die conventioneel, maar na verloop van tijd werden ze lichter, kleurrijker en eleganter. Maes gaf zijn opdrachtgevers steeds vaker gefantaseerde, antieke kleding en plaatste hen in parkachtige landschappen. De vraag naar Maes' zwierige portretten werd steeds groter. Dat leidde er toe dat hij vanaf eind jaren 50 alleen nog maar portretten schilderde, in alle soorten en maten. Honderden mensen uit Dordrecht, Amsterdam en daarbuiten lieten zich door hem portretteren. Om aan de vraag te voldoen ontwikkelde Maes een efficiënte werkwijze met standaardformaten en -houdingen en een vlotte schilderstijl. Dat Maes in zijn tijd vooral populair was om zijn portretten bleef lange tijd onderbelicht. 19. Portret van een onbekende familie - 1670/1675, doek - Thalia Limited In een parkachtige omgeving poseert een familie bij een klassieke fontein. Vader en moeder zitten hand in hand, de vier kinderen staan om hen heen. De jongste zoon heeft een dode haas in de handen en draagt een roze tuniek die Romeins aandoet. Zijn broer en zussen dragen pseudo-antieke kleding in opvallende, heldere kleuren en met klassieke draperieën. Alleen de kapsels van de gezinsleden zijn volgens de allerlaatste mode. Net als de Japonse rock die vader als kamerjas draagt. Maes schilderde niet alleen individuele portretten en pendanten, maar ook groepsportretten zoals van deze anonieme familie. Dat ze in goede doen zijn, blijkt niet alleen uit het formaat van het schilderij, maar ook door de ree en de jachthonden. Die verwijzen naar de jacht, het tijdverdrijf van de elite. 20.a Portret van Ingena Rotterdam - 1676, doek - The Metropolitan Museum of Art, New York, VS 20.b Portret van Jacob Binckes - c1676, doek - The Metropolitan Museum of Art, New York, VS Ingena Rotterdam en Jacob Binckes lieten zich ter gelegenheid van hun verloving portretteren. Maes schilderde de aanstaande bruid in al haar schoonheid en rijkdom, met blosjes, draperieën en parels. De aanstaande bruidegom portretteerde hij in een glanzend borstkuras en met zijn vinger aan de trekker van een pistool - Jacob was een marineman. Maar hij sneuvelde ver van huis, nog voor hij het ja-woord kon geven. Ingena bleef ongehuwd achter, maar trouwde later alsnog. Ze hield de twee portretten tot haar dood bij zich. De schilderijen hebben hun originele lijsten nog. Die van Jacob is versierd met wapentuig, zeepaarden en een zeegod - de attributten die horen bij de oorlogsvoering ter zee. Ingena's lijst is gedecoreerd met de atributten van liefde en huwelijk, zoals rozen en tortelduiven. En de liefdesgodin Venus zelf. 21. Zelfportret - 1680/1685, doek - Dordrechts Museum, Dordrecht. En dit is dan de meester zelf: Nicolaes Maes. Hij staat aan zijn ezel, wijst met zijn ene hand naar het lege doek en houdt met zijn andere zijn schilderstok vast. Maes draagt een modieuze, lange pruik en een luxueuze Japonse rock - een kledingstuk dat uit Japan was komen overwaaien en in Holland binnenshuis door mannen werd gedragen. Niet per se de kleding die je tijdens het schilderen zou dragen. Maes was ongeveer 50 toen hij dit zelfportret maakte. Dat is betrekkelijk laat voor iemand die had gestudeerd bij Rembrandt, de koning van het zelfportret. Blijkbaar had Maes er eerder geen belang bij en was dit het juiste moment om zichzelf vast te leggen. Als gearriveerd schilder met een glansrijke carrière.
22.a Portret van een meisje met een ree - c1671, doek - particuliere collectie 22.b Portret van een jongen als jager - 1671, doek - particuliere collectie Een jongen en een meisje staan in een landschap dat in de verste verte niet lijkt op een Hollandse polder. Het meisje omhelst een reetje en vangt water op in een schelp, terwijl het jongetje met zijn speelse hond aan het jagen is. Ze dragen kleurrijke, gefantaseerde kleding: een Romeins tenue voor het jongetje, een schitterende lichtblauwe jurk voor zijn zusje. Door de herhaling van het oogverblindende oranje en blauw van hun kleding - én van het vinkje - is duidelijk dat deze twee kinderen bij elkaar horen. Maes maakte de portretten een paar jaar voor zijn verhuizing van Dordrecht naar Amsterdam. Ze zijn een voorbeeld van zijn nieuwe portretstijl, waarmee hij in Amsterdam razendpopulair werd: sierlijke houdingen, on-Hollandse landschappen en pseudo-antieke kleding. En prachtige, heldere kleuren. 23.a Portret van Jacob Trip - c1665, doek, Mauritshuis, Den Haag 23.b Portret van Margaretha de Geer- 1669, doek - Dordrechts Museum, Dordrecht Dit zijn Jacob Trip en Margaretha de Geer, beiden al ver in de 80 en stamouders van een Dordtse handelfamilie. Ze zijn schatrijk, maar lopen daar niet mee te koop - Margaretha draagt geen sieraden en heeft een ouderwetse molensteenkraag. Maes portretteerde het echtpaar in opdracht van hun zoons Louis en Hendrick die een tak van de familibusiness hadden opgezet in Amsterdam. Het contact met deze invloedrijke mannen zal Maes hebben geholpen bij zijn entree in Amsterdam. De portretten horen eigenlijk niet bij elkaar: het rode gordijn en tafelkleed ontbreken bij Margaretha. Bij elk van de doeken hoorden andere wederhelften, maar die gingen verloren. Het postume portret van Jacob is sinds twee eeuwen in het Mauritshuis en werd speciaal voor de tentoonstelling gerestaureerd. 24. De overlieden van het Amsterdamse chirurgijnsgilde - 1679/1680, doek - Amsterdam Museum Zes mannen zitten om een tafel om zaken te regelen. Hun kleding is eigentijds, met grote hoeden en platte kragen. Ze kijken op uit hun bespreking, alsof ze worden gestoord. Een van hen draait zich ontspannen naar ons om, met een arm rustend op de rugleuning, de andere op zijn kuit. Het levensgrote schilderij is het enige officiële groepsportret dat Maes maakte. Hij schilderde het in opdracht van het Amsterdamse chirurgijnsgilde. Dat had een lange traditie van groepsportretten die werden gemaakt ter gelegenheid van de jaarlijkse anatomische les, vaak met attributten die bij het chirurgijnsvak horen. Maar hier ontbreekt iedere verwijzing naar hun vak - de mannen lieten zich portretteren als bestuurders met boeken, inktstel en zandloper.
25.a Dirck van Alphen - c1677, doek - Galerie Neuse, Bremen, Duitsland 25.b Maria van Alphen - c1677, doek - Galerie Neuse, Bremen, Duitsland 25.c Simon van Alphen - c1677, doek - Rijksmuseum, Amsterdam 25.d Beatrix van Alphen - 1677, doek - particuliere collectie Dit zijn twintigers Dimon, Dirck en Maria van Alphen uit Leiden met hun kleine nichtje Beatrix. Zij is het enige dochtertje van hun oudste broer Daniël. Waarschijnlijk gaf Daniël opdracht voor deze vier portretten. Ze behoren tot de beste die Maes Maakte en zijn vlot en zwierig geschilderd. De overvloedige draperieën en pseudo-antieke kostuums geven de geportretteerden iets tijdsloos, ondanks hun modieuze kapsels. De vier portretten hebben hun originele lijsten nog - alleen de familiewapens bovenin ontbreken. Lang bleven de schilderijen samen, tot ze in de 20ste eeuw verspreid raakten. Nu zijn ze voor even weer met hun vieren bij elkaar. Naast het portret van Beatrix een foto van de tentoonstellingszaal, met links de portretten van de Van Alphen's. De overige twee portretten zijn die van Cornelis ten Hove en zijn vrouw Catharina Dierquens. Dit zijn ook schilderijen van Nicolaes Maes en maken deel uit van de collectie van het Mauritshuis. Ze waren echter niet in deze tentoonstelling opgenomen. Nog een paar feiten over het leven van Nicolaes Maes aangezien die op het moment van het samenstellen van deze webpagina niet op Wikipedia worden vermeld: Op 13 januari 1654 trouwt de 20 jarige Nicolaes met Adriana Brouwers. Zij is dan 30 jaar, weduwe en heeft een zoontje van 4 genaamd Justus. Het stel krijgt samen meerdere kinderen, waarvan drie meisjes in leven blijven. Adriana sterft in 1690 en wordt, net als Nicolaes in 1693, in de Oude Kerk in Amsterdam begraven.
|